Betekenis van:
onervaren

onervaren
Bijvoeglijk naamwoord
  • niet ervaren; jong
"jong en onervaren"
"een onervaren ploeg"

Synoniemen

onervaren
Bijvoeglijk naamwoord
  • ter zake nieuw
"De onervaren leraar kreeg te maken met een onwillige klas."

Voorbeeldzinnen

  1. Dergelijke praktijken tasten derhalve het welzijn van de varkens aan, vooral wanneer zij worden toegepast door onbekwame en onervaren personen.
  2. procedures die aanvaardbaar zijn voor de autoriteit worden vastgesteld om te voorkomen dat onervaren stuurhutpersoneelsleden tegelijkertijd in dezelfde bemanning worden ingedeeld.
  3. procedures die aanvaardbaar zijn voor de autoriteit worden vastgesteld om te voorkomen dat onervaren stuurhutpersoneelsleden tegelijkertijd in dezelfde bemanning worden ingedeeld;