Betekenis van:
ontroerd

ontroerd
Bijvoeglijk naamwoord
  • een staat waarin een persoon verkeert als iets hem of haar emotioneel geraakt heeft
"De leerling was ontroerd en aangeslagen door wat er vanmiddag in de klas was gebeurd."

Werkwoord


Voorbeeldzinnen

  1. Ik was erg ontroerd door haar vriendelijkheid.