Betekenis van:
oogpunt

oogpunt
Zelfstandig naamwoord
  • de manier waarop iemand ergens tegenaan kijkt of over iets denkt.

Synoniemen

Hyperoniemen


Voorbeeldzinnen

  1. We moeten dit resultaat dan ook vanuit dit oogpunt bekijken.
  2. Als ik Esperanto gebruik met hem, voel ik dat we beiden op hetzelfde peil staan, tenminste als we dat zien uit het oogpunt van taal.
  3. Beoordeling uit oogpunt van de capaciteitsmarge
  4. BEOORDELING VANUIT HET OOGPUNT VAN DE MEDEDINGING
  5. Vanuit het oogpunt van het individuele cabinepersoneelslid
  6. BEOORDELING UIT OOGPUNT VAN DE MEDEDINGING
  7. ONDERZOEK LIJKT VANUIT WETENSCHAPPELIJK OOGPUNT NIET NODIG
  8. Beoordeling uit oogpunt van de ontwikkeling van de stroomtarieven
  9. controle op drugsgebruik wanneer hiertoe uit klinisch oogpunt aanleiding bestaat.
  10. rechtvaardiging van de opzet van het onderzoeksproject vanuit ethisch oogpunt;
  11. De drie lidstaten bevestigen het belang van het project uit het oogpunt van milieubeheer en vervoersveiligheid en uit industrieel oogpunt.
  12. Rendabele gastransmissienetwerken en de nodige regionale interconnecties, die relevant zijn vanuit commercieel oogpunt en vanuit het oogpunt van leveringszekerheid, moeten deel uitmaken van dat netwerkontwikkelingsplan.
  13. De vergelijking moet worden gemaakt vanuit het oogpunt van de onderneming en niet vanuit het oogpunt van de aandeelhouders of de coöperatieleden.
  14. Vanuit dat oogpunt ligt de directe rentabiliteit van de investering voor Duferco hoger dan voor Sogepa.
  15. Deze programma's zijn door de Commissie uit technisch oogpunt beoordeeld en moeten dan ook worden goedgekeurd.