Betekenis van:
ophangen

ophangen
Werkwoord
  • vastprikken
"ophangen aan de muur"
"een schilderij ophangen"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

ophangen
Werkwoord
  • iets in een hangende positie bevestigen
"Ik heb je schilderijtje opgehangen."
ophangen
Werkwoord
  • een telefoongesprek beëindigen
"Hij werd kwaad en hing op."
ophangen
Werkwoord
  • aan de galg opknopen
"Hij werd vroeg in de ochtend opgehangen."
ophangen
Werkwoord
  • ter dood brengen door de galg
"een verrader ophangen"

Synoniemen

Hyperoniemen