Betekenis van:
hangen

hangen
Werkwoord
  • zweven
"in de lucht hangen"

Hyperoniemen

hangen
Werkwoord
  • tot straf opgehangen zijn
"ik mag hangen als het niet waar is"
"aan de strop hangen"

Hyperoniemen

hangen
Werkwoord
  • zich in een positie los van de bodem bevinden en door een bevestiging aan een ander voorwerp voor vallen behoed worden
"De appels hangen nog aan de boom."
hangen
Werkwoord
  • door ophanging -meest aan de nek- ter dood gebracht worden
"Barbertje moest hangen."
hangen
Werkwoord
  • door ophanging -meest aan de nek- ter dood brengen
"De misdadiger werd vroeg in de morgen gehangen."
hangen
Werkwoord
  • ter dood brengen door de galg
"een veroordeelde hangen"

Synoniemen

Hyperoniemen

hangen
Werkwoord
  • zo geplaatst zijn dat geen beweging mogelijk is
"aan de muur hangen"
"aan het spit hangen"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

Werkwoord