Betekenis van:
hechten

hechten
Werkwoord
  • een wond dichtnaaien
"een wond hechten"

Hyperoniemen

hechten
Werkwoord
  • gesteld raken op
"ik hecht aan rust en regelmaat"

Hyperoniemen

hechten
Werkwoord
  • een wond dichtnaaien
"De operatie was geslaagd en de wond kon gehecht worden erin."
hechten
Werkwoord
  • ''~ aan'' belang toewijzen aan iets
"Hij hechtte eraan zijn danbaarheid daarvoor te tonen."
hechten
Werkwoord
  • verlenen; toeschrijven
"waarde/geloof/belang hechten aan iets"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

hechten
Werkwoord
  • zo geplaatst zijn dat geen beweging mogelijk is
"een boekenkast aan de muur hechten"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

hechten
Werkwoord
  • ''zich ~ aan''

Werkwoord