Betekenis van:
opleving
opleving (de ~ | meervoud oplevingen)
Zelfstandig naamwoord
- periode waarin het weer beter gaat; nieuwe opleving v.e. verschijnsel; het opnieuw bruikbaar maken
"een economische opleving"
"een nieuwe/tijdelijke opleving"
Synoniemen
Hyperoniemen
Hyponiemen
opleving
Zelfstandig naamwoord
- een periode van hernieuwde sterkte
"Er was duidelijk een opleving in de belangstelling te bespeuren."
Voorbeeldzinnen
- TB wist zelfs niet te profiteren van de opleving van de staalsector in 2004.
- Er is momenteel geen sprake van overcapaciteit, aangezien de mondiale scheepsbouwmarkt een opleving kent.
- Op dit moment is er geen sprake van overcapaciteit, aangezien de scheepsbouwmarkt wereldwijd een opleving kent.
- De dienstenmarkt deed het aanzienlijk slechter in vergelijking met de opleving in de voorbije jaren als gevolg van de millennium bug en de overgang naar de euro.
- De Ierse autoriteiten ramen dat de kosten van het eerste jaar van de afschaffing van de tijdcharterbeperking, met ingang van 1 januari 2006, ongeveer 5,88 miljoen EUR zullen bedragen, rekening houdende met de toenmalige opleving van de markt.