Betekenis van:
opvatten

opvatten
Werkwoord
  • mbt. een plan
"een plan opvatten"

Hyperoniemen

opvatten
Werkwoord
  • mbt. gevoelens
"liefde opvatten voor iemand/iets"
"haat opvatten tegen iemand/iets"

Hyperoniemen

opvatten
Werkwoord
  • ''~ als'' een bepaalde interpretatie aan iets geven
"Hij heeft dat opgevat als een ernstige belediging."
opvatten
Werkwoord
  • opnemen van met name werk
"Na een week vorstverlet werd het werk weer opgevat."

Voorbeeldzinnen

  1. Ik weet niet hoe ik zijn woorden moet opvatten.
  2. Bij brief van 7 mei 2001 heeft de Commissie Italië gewezen op de in voornoemde brief gestelde termijnen en meegedeeld dat de Commissie het uitblijven van een negatieve reactie zou opvatten als instemming met het voorstel voor dienstige maatregelen.
  3. In de stukken die daarop aan de Commissie zijn overgelegd, is door Griekenland — dat zich realiseerde dat de Commissie de garantie als staatssteun aan HSY zou kunnen opvatten — getracht om de toerekenbaarheid van de maatregel aan de staat in twijfel te trekken door te stellen dat de garantie pas in mei 2002 werd verstrekt, hetgeen lijnrecht tegenover de stellingen in de brief van 23 mei 2005 staat.