Betekenis van:
opvatten

opvatten
Werkwoord
  • mbt. een plan
"een plan opvatten"

Hyperoniemen

opvatten
Werkwoord
  • mbt. gevoelens
"liefde opvatten voor iemand/iets"
"haat opvatten tegen iemand/iets"

Hyperoniemen

opvatten
Werkwoord
  • ''~ als'' een bepaalde interpretatie aan iets geven
"Hij heeft dat opgevat als een ernstige belediging."
opvatten
Werkwoord
  • opnemen van met name werk
"Na een week vorstverlet werd het werk weer opgevat."