Betekenis van:
overtuigen

overtuigen
Werkwoord
  • met argumenten tot andere visies brengen
"Elke dag staan we voor de uitdaging om anderen te overtuigen, zowel op het werk als privé."
overtuigen
Werkwoord
  • een zeilschip tuigen met te veel zeiloppervlak
"Zij hadden hun schip overtuigd en kwamen daardoor in de problemen."
overtuigen
Werkwoord
  • verzekeren; je verzekeren van; je overtuigen
"zich ervan overtuigen dat alle lichten uit zijn"

Synoniemen

Hyperoniemen

overtuigen
Werkwoord
  • duidelijk maken dat iets waar is
"iemand ervan overtuigen dat iets de enige goede oplossing is"
"iemand van zijn gelijk overtuigen"

Synoniemen

Hyperoniemen