Betekenis van:
paspoort

paspoort (het ~ | meervoud paspoorten)
Zelfstandig naamwoord
  • een door een overheid afgegeven identiteitsbewijs, waarmee men de landsgrenzen over mag
"(naar) iemands paspoort vragen"
"een geldig/verlopen paspoort"

Synoniemen

Hyperoniemen

paspoort
Zelfstandig naamwoord
  • bewijs van ontslag uit de krijgsdienst

Hyperoniemen

paspoort
Zelfstandig naamwoord
  • officieel document dat de houder identificeert als burger van een bepaald land, en vraagt toestemming in de naam van de regering van het uitgevende land om de houder in het land toe te laten

Voorbeeldzinnen

  1. Ik ben mijn paspoort kwijt!
  2. Wilt u me uw paspoort even laten zien alstublieft?
  3. Ik heb uw paspoort en drie foto's nodig.
  4. Voor het aanvragen van een nieuw paspoort moet je naar het gemeentehuis.
  5. PASPOORT
  6. Russisch paspoort.
  7. NUMMER PASPOORT:
  8. gewoon paspoort
  9. speciaal paspoort
  10. Paspoort nr.: A163012 (Keniaans paspoort).
  11. Paspoort nr.: 623334 (Russisch paspoort, januari 2002).
  12. Nummer paspoort: R0105758
  13. Paspoort nr.: 4166874
  14. Nummer paspoort: R0003484
  15. Nummer paspoort: R0003417 /R0002132