Betekenis van:
passend

passend
Bijvoeglijk naamwoord
  • netjes, fatsoenlijk; fatsoenlijk; zoals het hoort; zoals het hoort
"zich passend gedragen"

Synoniemen

passend
Bijvoeglijk naamwoord
  • geschikt
"een passend antwoord"
"een passend cadeau"

Synoniemen

Hyperoniemen


Voorbeeldzinnen

  1. waar passend, de geplande investeringen,
  2. passend minimumrendement van een risicodragende investering
  3. Soortspecifieke omgangsmethoden en procedures, indien passend.
  4. Er moet een passend modelcertificaat worden vastgesteld.
  5. De steun is een passend instrument
  6. De inspecteurs ontvangen een passend identificatiemiddel.
  7. Indien passend mag gebruik worden gemaakt van computertoetsen.
  8. Hun opmerkingen werden onderzocht en waar passend in aanmerking genomen.
  9. Dit is niet passend voor één enkele markt.
  10. Hier moet ook passend toezicht op worden gehouden.
  11. De in lid 1 bedoelde informatie omvat naargelang passend is:
  12. Het werd daarom passend geacht de normale waarde te construeren.
  13. Tenzij passend opgenomen onder één enkele code in bijlage III.
  14. De spreker produceert taaluitingen in een passend tempo.
  15. Vermijden van niet-gerechtvaardigde duplicatie van procedures, waar passend.