Betekenis van:
passend
passend
Bijvoeglijk naamwoord
- netjes, fatsoenlijk; fatsoenlijk; zoals het hoort; zoals het hoort
"zich passend gedragen"
Synoniemen
passend
Bijvoeglijk naamwoord
- geschikt
"een passend antwoord"
"een passend cadeau"
Synoniemen
Hyperoniemen
Voorbeeldzinnen
- waar passend, de geplande investeringen,
- passend minimumrendement van een risicodragende investering
- Soortspecifieke omgangsmethoden en procedures, indien passend.
- Er moet een passend modelcertificaat worden vastgesteld.
- De steun is een passend instrument
- De inspecteurs ontvangen een passend identificatiemiddel.
- Indien passend mag gebruik worden gemaakt van computertoetsen.
- Hun opmerkingen werden onderzocht en waar passend in aanmerking genomen.
- Dit is niet passend voor één enkele markt.
- Hier moet ook passend toezicht op worden gehouden.
- De in lid 1 bedoelde informatie omvat naargelang passend is:
- Het werd daarom passend geacht de normale waarde te construeren.
- Tenzij passend opgenomen onder één enkele code in bijlage III.
- De spreker produceert taaluitingen in een passend tempo.
- Vermijden van niet-gerechtvaardigde duplicatie van procedures, waar passend.