Betekenis van:
remmen
remmen
Werkwoord
- snelheid doen verminderen
"De automobilist remde stevig om het plotseling opdoemende obstakel te kunnen vermijden."
rem (de ~ | meervoud remmen)
Zelfstandig naamwoord
- dat wat een beweging doet vertragen
"dat was een echte rem voor mij"
"alle remmen losgooien"
Hyperoniemen
Hyponiemen
Werkwoord
Voorbeeldzinnen
- Er is iets mis met de remmen.
- (remmen)
- andere remmen
- Remmen, remwerking
- Remmen en remonderdelen
- remmen en delen daarvan
- Remmen [punt 4.2.4]
- Remmen (artikel 4.2.4):
- Remmen van de trein
- aanzetten, rijden, remmen en stoppen,
- Proportioneel remmen, remkracht en remwerking
- Remmen, lijst van goedgekeurde remonderdelen
- Gebruik van elektrische/magnetische remmen
- Remmen voor rijwielen, excl. remnaven
- Koppelingskoppen voor remmen voor aanhangwagen