Betekenis van:
safari

safari (de ~ | meervoud safari's)
Zelfstandig naamwoord
  • tocht door wildgebied
"op safari gaan"
"op safari"

Hyperoniemen

safari
Zelfstandig naamwoord
  • expeditie in de wildgebieden in Afrika
"We zijn naar Kenia op safari gegaan."

Voorbeeldzinnen

  1. Morteza Safari.