Betekenis van:
scheef
scheef
Bijvoeglijk naamwoord
- niet recht, niet onder een rechte hoek
"Deze afbeelding maakt gebruike van een scheve projectie."
scheef
Bijvoeglijk naamwoord
- van een zodanige vorm dat de delen aan weerszijden van een mediane lijn niet elkaars spiegelbeeld zijn
"een scheef beeld"
"een scheve voorstelling (van zaken) geven"
Synoniemen
Hyperoniemen
Werkwoord
Voorbeeldzinnen
- Je stropdas zit scheef.
- Zijn pruik staat scheef.
- Niet over de scheef
- Scheef
- Bij de berekening van deze waarde heeft BdB naar eigen zeggen rekening gehouden met alle mogelijke looptijden van beleggingen en tijdstippen van verkoop tussen 1982 en 1992, dit om te voorkomen dat er een scheef beeld zou kunnen ontstaan wanneer slechts één jaar als basisjaar werd genomen en de aandelenkoersen in dat jaar buitengewoon hoog of laag waren.