Betekenis van:
schelden

schelden
Werkwoord
  • beledigend spreken; ruzie maken; vuile taal spreken
"schelden als een viswijf"
"op ['de scheidsrechter'/'de politiek'/'het weer'] schelden"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

schelden
Werkwoord
  • krenkende of beledigende woorden uitspreken op heftige of ruwe toon
"Hij heeft vreselijk gescholden tegen die mevrouw."

Werkwoord