Betekenis van:
schilfer

schilfer (de ~ | meervoud schilfers)
Zelfstandig naamwoord
  • dun, afgebroken, loslatend of afgeschaafd deeltje van iets
"in schilfers afvallen"

Synoniemen

Hyperoniemen

schilfer
Zelfstandig naamwoord
  • een vliesdun loskomend stukje materiaal
"Na een aantal jaar zaten er op die geverfde wand allemaal bladders en schilfers."

Voorbeeldzinnen

  1. "Spinnen uit de smelt" (1): een proces voor het 'snel stollen' van een stroom gesmolten metaal die botst op een ronddraaiend gekoeld blok, waardoor een schilfer-, lint- of staafvormig product ontstaat.
  2. "Spinnen uit de smelt" (1): een proces voor het "snel stollen" van een stroom gesmolten metaal die botst op een ronddraaiend gekoeld blok, waardoor een schilfer-, lint- of staafvormig product ontstaat.
  3. "Spinnen uit de smelt" (1): een proces voor het ’snel stollen’ van een stroom gesmolten metaal die botst op een ronddraaiend gekoeld blok, waardoor een schilfer-, lint- of staafvormig product ontstaat. N.B.:’snel stollen’ is het stollen van gesmolten materiaal bij een koelsnelheid van meer dan 1000 K/seconde.