Betekenis van:
schoonheid

schoonheid (de ~ | meervoud schoonheden)
Zelfstandig naamwoord
  • bijzonder mooi iem. of iets
"een oosterse schoonheid"

Synoniemen

Hyperoniemen

schoonheid
Zelfstandig naamwoord
  • de hoedanigheid prachtig en aantrekkelijk te zijn
schoonheid
Zelfstandig naamwoord
  • iemand (in het bijzonder een vrouw) die schoonheid bezit
schoonheid
Zelfstandig naamwoord
  • het geheel van dingen die schoon zijn

Synoniemen

Hyperoniemen


Voorbeeldzinnen

  1. Ze is geen schoonheid.
  2. Dat meisje is arrogant vanwege haar schoonheid.
  3. Van ver bekeken is ze een schoonheid.
  4. Bedoel je dat je met opzet je schoonheid verbergt?
  5. Innerlijke schoonheid, ik zal erin geloven wanneer mijn lul ogen heeft.