Betekenis van:
schroot
schroot (de ~ | meervoud schroten)
Zelfstandig naamwoord
- smalle strook gezaagd hout voor afrasteringen, behangwerk enz. gebruikt
"een wand van schrootjes"
Hyperoniemen
schroot (het ~)
Zelfstandig naamwoord
- afval van metaal
"een handelaar in schroot"
"een hoop schroot"
Synoniemen
Hyperoniemen
schroot
Zelfstandig naamwoord
- brokstukken of grof gemalen stukken van enige stof
Hyperoniemen
schroot
Zelfstandig naamwoord
- metaalafval in stukjes en snippers
schroot
Zelfstandig naamwoord
- dunne plint gezaagd hout
Werkwoord
Voorbeeldzinnen
- … waarvan roestvrij schroot
- GROOTHANDEL IN AFVAL EN SCHROOT”
- mangaanschroot schroot van zeldzame aardmetalen
- verkoop van afval en schroot;
- keramisch snijmateriaal en schroot (metaal-keramisch composietmateriaal)
- Dit punt heeft geen betrekking op schroot uit elektriciteitscentrales.
- afval en schroot afkomstig van aldaar verrichte industriële bewerkingen;
- Er wordt vanuit gegaan dat dergelijk schroot volledig gepolymeriseerd is.
- Verbruik van schroot bij de productie van staal in elektro-ovens.
- Dit omvat de aanvoer van schroot uit niet-EU-landen (of derde landen).
- plastic schroot van de volgende niet-gehalogeneerde polymeren en co-polymeren:
- Resten en afval, van gietijzer, van ijzer of van staal (schroot); afvalingots van ijzer of van staal
- plastic schroot van niet-gehalogeneerde polymeren en co-polymeren, met inbegrip van de volgende stoffen, maar daartoe niet beperkt:
- Zo zal de aankoop van schroot toevallen aan de groep-[…] en de aankoop van ertsen, kolen en cokes aan de […]-groep.
- In werkelijkheid sloten vele leveranciers een zogenaamde barterovereenkomst, waarbij grondstoffen, hoofdzakelijk schroot, werden betaald met afgewerkte producten, zoals staalplaten, die waren bestemd voor specifieke eindafnemers.