Betekenis van:
spoorwegovergang

spoorwegovergang (de ~ | meervoud spoorwegovergangen)
Zelfstandig naamwoord
  • kruising van spoorweg en verkeersweg; kruising v.e. weg en een spoorweg
"een bewaakte/onbewaakte spoorwegovergang"

Synoniemen

Hyperoniemen


Voorbeeldzinnen

  1. „gebruiker van een spoorwegovergang” iedereen die, hetzij te voet, hetzij met een vervoermiddel, van een spoorwegovergang gebruikmaakt om de sporen over te steken; f)
  2. „onbevoegde personen op spoorwegterreinen” iedereen die zich op spoorwegterreinen bevindt terwijl dat verboden is, met uitzondering van gebruikers van een spoorwegovergang; h)
  3. „anderen (derden)” iedereen die niet is gedefinieerd als „passagier”, „werknemer, met inbegrip van personeel van onderaannemers”, „gebruiker van een spoorwegovergang” of „onbevoegd personen op spoorwegterreinen”; i) „risico voor de maatschappij in haar geheel”