Betekenis van:
kruising

kruising (de ~ | meervoud kruisingen)
Zelfstandig naamwoord
  • kruispunt van wegen of lijnen; plaats waar (spoor)wegen kruisen
"op de kruising [Middenweg-Kruislaan]"
"een gevaarlijke kruising"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

kruising (de ~ | meervoud kruisingen)
Zelfstandig naamwoord
  • bevruchting bij planten en dieren van exemplaren van een soort of ras door exemplaren van een ander ras
"een kruising tussen/van [een teckel en een terriër]"

Synoniemen

Hyperoniemen

kruising
Zelfstandig naamwoord
  • een punt waar twee of meer wegen samenkomen
"Op die kruising gebeuren veel ongelukken."
kruising
Zelfstandig naamwoord
  • de snijpaal van een doelpaal met de lat
"Hij schoot de bal precies in de kruising."
kruising
Zelfstandig naamwoord
  • een soort bevruchting bij planten en dieren van exemplaren van een soort of ras door exemplaren van een ander ras
"Door middel van kruising hebben we dit nieuwe soort kunnen maken."
kruising
Zelfstandig naamwoord
  • een door biologische kruising ontstane soort
"Dankzij biologische kruising is het nieuwe soort een feit!"
kruising
Zelfstandig naamwoord
  • een persoon of zaak die bepaalde eigenschappen van twee andere personen of zaken in zich verenigt
"Dat kind was een kruising tussen zijn moeder en zijn vader."
kruising
Zelfstandig naamwoord
  • door zo'n kruising ontstane soort

Hyperoniemen