Betekenis van:
spreektijd

spreektijd (de ~ | meervoud spreektijden)
Zelfstandig naamwoord
  • tijd beschikbaar om te spreken
"spreektijd (toegewezen) krijgen"
"spreektijd hebben"

Hyperoniemen


Voorbeeldzinnen

  1. Spreektijd
  2. Artikel 18 — Spreektijd
  3. Spreektijd van één minuut
  4. Verdeling van de spreektijd
  5. Artikel 144 Spreektijd van één minuut
  6. Beperking en verdeling van de spreektijd
  7. Artikel 142 Verdeling van de spreektijd
  8. Zijn spreektijd bedraagt ten hoogste vijf minuten.
  9. De spreektijd bedraagt ten hoogste één minuut per lid.
  10. De spreektijd wordt op grond van de volgende criteria verdeeld:
  11. De vraagsteller heeft het recht genoemde spreektijd volledig te benutten.
  12. Bij wijze van uitzondering kan op een omstandig gemotiveerd verzoek een langere spreektijd worden toegestaan.
  13. Daarna kan een algemene discussie volgen, waarbij de regels voor de verdeling van de spreektijd gelden.
  14. een tweede gedeelte van de spreektijd wordt over de fracties verdeeld naar verhouding van hun ledental;
  15. De Voorzitter ziet erop toe dat deze spreektijd niet wordt overschreden.