Betekenis van:
statuut

statuut (het ~)
Zelfstandig naamwoord
  • plaats, in administratief of juridisch opzicht, hoedanigheid die bepaalde rechtsgevolgen meebrengt
"De raad vraagt duidelijkheid over het statuut van de kunstenaar."
"De huidige teksten hebben het statuut van een beleidsvoorbereidend document."

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

statuut (het ~ | meervoud statuten)
Zelfstandig naamwoord
  • iets dat wordt opgedragen; regels v.e. organisatie
"in de statuten"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen


Voorbeeldzinnen

  1. Statuut
  2. Samenstelling en statuut
  3. Statuut en activiteiten
  4. Benoeming en statuut
  5. Benoeming, statuut en organisatorische aangelegenheden
  6. STATUUT VAN TOEPASSING OP FUNCTIONARISSEN
  7. TITEL II - STATUUT VAN TOEPASSING OP FUNCTIONARISSEN
  8. TITEL II - STATUUT VAN TOEPASSING OP FUNCTIONARISSEN
  9. Het statuut wordt als volgt gewijzigd:
  10. type aanvrager, zoals juridisch statuut en doel,
  11. het Statuut van de leden en het Statuut van het personeel van de Europese Gemeenschappen;
  12. het Protocol betreffende het statuut van het Hof van Justitie van de Europese Unie „Statuut”;”;
  13. Hij is een ambtenaar die onder het Statuut valt.
  14. TITEL, VOORRECHTEN, IMMUNITEITEN, STATUUT VAN DE LEDEN EN QUAESTOREN
  15. Gezien het advies van het Comité voor het statuut,