Betekenis van:
statuut
statuut (het ~)
Zelfstandig naamwoord
- plaats, in administratief of juridisch opzicht, hoedanigheid die bepaalde rechtsgevolgen meebrengt
"De raad vraagt duidelijkheid over het statuut van de kunstenaar."
"De huidige teksten hebben het statuut van een beleidsvoorbereidend document."
Synoniemen
Hyperoniemen
Hyponiemen
statuut (het ~ | meervoud statuten)
Zelfstandig naamwoord
- iets dat wordt opgedragen; regels v.e. organisatie
"in de statuten"
Synoniemen
Hyperoniemen
Hyponiemen
Voorbeeldzinnen
- Samenstelling en statuut
- Statuut en activiteiten
- Benoeming en statuut
- Benoeming, statuut en organisatorische aangelegenheden
- STATUUT VAN TOEPASSING OP FUNCTIONARISSEN
- type aanvrager, zoals juridisch statuut en doel,
- het Statuut van de leden en het Statuut van het personeel van de Europese Gemeenschappen;
- het Protocol betreffende het statuut van het Hof van Justitie van de Europese Unie „Statuut”;”;
- Titel, voorrechten, immuniteiten en statuut van de leden, quaestoren
- Aanstelling en statuut van de functionaris voor gegevensbescherming
- betreffende het statuut van het personeel van het Europees Defensieagentschap
- In het statuut worden de maatregelen genoemd die genomen kunnen worden als het reglement van orde en het statuut niet worden nageleefd.
- Voor de toepassing van het Statuut en de Regeling, is Europol een agentschap in de zin van artikel 1 bis, lid 2, van het Statuut.
- Het statuut van Tieliikelaitos als staatsonderneming en het statuut van de Wegendienst als overheidsagentschap maakten dat zij niet failliet konden gaan.
- Artikel 69 — Statuut van de ambtenaren en Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden