Betekenis van:
straffen

Werkwoord

straffen
negatieve consequenties verbinden aan een als verkeerd geziene daad
"De leraar strafte hem omdat hij te laat kwam, hij moest een nablijfbriefje halen bij de conciërge."
straffen
(iem.) straf geven, laten ondergaan
"iemand voor [een inbraak] straffen"
"je zult ermee gestraft zijn"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

Werkwoord