Betekenis van:
strottenhoofd

strottenhoofd
Zelfstandig naamwoord
  • bovenste deel van de luchtpijp
strottenhoofd (het ~ | meervoud strottenhoofden)
Zelfstandig naamwoord
  • strottenhoofd; deel v.d. luchtpijp

Synoniemen

Hyperoniemen


Voorbeeldzinnen

  1. Strottenhoofd
  2. het kraakbeen van het strottenhoofd, de luchtpijp en de extralobulaire bronchiën;
  3. Een onderzoek op kwade droes bij eenhoevigen omvat een zorgvuldig onderzoek van de slijmvliezen van de luchtpijp, het strottenhoofd, de neusholten, de sinussen en de vertakkingen ervan, nadat de kop overlangs middendoor is gespleten en de scheidingswand in de neus is weggesneden.