Betekenis van:
talud

talud (het ~ | meervoud taluds)
Zelfstandig naamwoord
  • schuinte van het zijvlak van aardwerken, dijken, spoorbanen, vestingwerken
"een talud langs [de weg/het spoor]"
"een talud afrijden/afduiken"

Synoniemen

Hyperoniemen