Betekenis van:
beloop

beloop (het ~)
Zelfstandig naamwoord
  • vorm
"het beloop van een lijn"

Hyperoniemen

beloop
Zelfstandig naamwoord
  • een bedrag
"Het beloop was 14 euro."
beloop
Zelfstandig naamwoord
  • talud, hellend vlak
"Het beloop is het schuine vlak langs een weg, watergang of dijk."
beloop (het ~ | meervoud belopen)
Zelfstandig naamwoord
  • voortgang, ontwikkeling; gang
"iets op zijn beloop laten"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

beloop (het ~ | meervoud belopen)
Zelfstandig naamwoord
  • schuinte van het zijvlak van aardwerken, dijken, spoorbanen, vestingwerken
"het beloop van een dijk"

Synoniemen

Hyperoniemen

Werkwoord