Betekenis van:
tegel

tegel
Zelfstandig naamwoord
  • een rechthoekig stenen voorwerp dat meestal wordt gebruikt voor het bedekken van oppervlakten
"Hebben ze de tegels voor de badkamer al afgeleverd?"
tegel (de ~ | meervoud tegels)
Zelfstandig naamwoord
  • platte vierkante vloersteen; vierkante steen voor op de vloer
"tegels leggen"
"tussen de tegels"

Synoniemen

Hyperoniemen

tegel (de ~ | meervoud tegels)
Zelfstandig naamwoord
  • stuk tapijt als vloerbedekking; platte verglaasde steen voor aan de muur
"geglazuurde tegeltjes"
"witte/bruine tegeltjes"

Synoniemen

Hyperoniemen