Betekenis van:
televisie-uitzending

televisie-uitzending (de ~ | meervoud televisie-uitzendingen)
Zelfstandig naamwoord
  • televisie-uitzending over een onderwerp; programma dat op de tv wordt uitgezonden; uitzending op televisie
"een televisie-uitzending over [het Rotterdam van honderd jaar geleden]"
"naar een televisie-uitzending kijken"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen


Voorbeeldzinnen

  1. een televisie-uitzending uit een andere lidstaat vormt een duidelijke, belangrijke en ernstige inbreuk op artikel 27, lid 1 of 2, en/of op artikel 6;
  2. van oordeel is dat een onder de bevoegdheid van een andere lidstaat vallende omroeporganisatie een televisie-uitzending aanbiedt die volledig of hoofdzakelijk op zijn grondgebied is gericht,
  3. De dienstenuitgever van de televisie-omroep die het recht op rechtstreekse en volledige uitzending van een evenement verworven heeft, kan het evenement onrechtstreeks uitzenden via een programma van een televisie-omroepdienst met vrije toegang in de volgende gevallen:
  4. „televisieomroep” of „televisie-uitzending” (d.w.z. een lineaire audiovisuele mediadienst) een door een aanbieder van mediadiensten aangeboden audiovisuele mediadienst voor het gelijktijdig bekijken van programma’s op basis van een programmaschema; f)
  5. In ieder geval was de waarde van de door RTP verstrekte subsidie over het algemeen veel hoger dan de gemiddelde waarde van de rechten die moesten worden betaald voor het uitzenden van werken die voor televisie-uitzending waren aangepast.
  6. Dit probleem doet zich voor omdat omroepen het vanwege de schaarste aan frequenties en de zo gering mogelijk te houden kosten van parallelle uitzending in de analoge en digitale modus eens moeten worden over het tijdstip waarop met het uitzenden van analoge televisie gestopt en met het uitzenden van digitale televisie begonnen wordt.
  7. waarin de omstandigheden worden vastgesteld waaronder de uitzending op de televisie van in de lijst opgenomen evenementen in het algemeen of van een bepaald in de lijst opgenomen evenement in het kader van dit deel al dan niet als rechtstreeks wordt beschouwd, en
  8. Onverminderd andere in de lidstaten geldende burgerrechtelijke, administratiefrechtelijke of strafrechtelijke bepalingen, genieten, ongeacht hun nationaliteit, alle natuurlijke en rechtspersonen wier wettige belangen, met name aanzien en reputatie, zijn aangetast door een onjuiste bewering tijdens een televisie-uitzending, het recht op weerwoord of vergelijkbare middelen.
  9. Onder „kosteloze televisie” in de zin van deze richtlijn wordt verstaan de uitzending op een hetzij openbaar hetzij commercieel kanaal van programma’s die voor het publiek toegankelijk zijn zonder extra betaling naast de omroepfinancieringsmethoden die in iedere lidstaat op ruime schaal worden toegepast (zoals kijk- en luistergeld en/of abonnementsgeld op een kabelnet).
  10. Er dient voor te worden gezorgd dat de praktijk van aanbieders van mediadiensten om hun rechtstreekse televisie-uitzendingen van nieuwsprogramma’s na de rechtstreekse uitzending op aanvraag aan te bieden, mogelijk is zonder dat individuele programma’s behoeven te worden bewerkt waarbij fragmenten moeten worden weggelaten.