Betekenis van:
temporeel

temporeel
Bijvoeglijk naamwoord
  • slechts enige tijd durend
"een temporele maatregel/compensatie"

Synoniemen

temporeel
Bijvoeglijk naamwoord
  • betr. hebbend op de tijd
"een temporele bepaling"

Synoniemen

temporeel
Bijvoeglijk naamwoord
  • betr. hebbend op de tijd van werkwoorden

Voorbeeldzinnen

  1. De „Ausfallhaftung” was noch temporeel, noch tot een bepaald bedrag beperkt.