Betekenis van:
terugkeer

terugkeer (de ~)
Zelfstandig naamwoord
  • het terugkeren; het terugkomen
"de terugkeer van [de zoon van Tarzan]"
"een terugkeer naar ['het vaderland'/'hun moeder']"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen


Voorbeeldzinnen

  1. Activiteit C – Vrijwillige terugkeer
  2. dag en uur van terugkeer;
  3. Terugkeer na zwangerschaps- en bevallingsverlof
  4. Aangifte van terugkeer naar haven
  5. programma’s voor begeleide vrijwillige terugkeer;
  6. RTP: aangifte terugkeer naar haven
  7. Grenspost van terugkeer in de Gemeenschap (*):
  8. Volledige terugkeer tot de grondwettelijke orde
  9. Terugkeer naar virulentie van verzwakte vaccins
  10. Datum van terugkeer (JJJJ-MM-DD)
  11. Bovendien hebben de grootste belemmeringen inzake terugkeer vaak te maken met gedwongen terugkeer.
  12. Reden van terugkeer naar haven (bv. beschutting, bevoorrading, aanlanding).
  13. Terugkeer van illegale immigranten uit het ontvangende land
  14. terugkeer van radioactief afval na behandeling van radioactief afval
  15. Passende begeleidende maatregelen voor een terugkeer naar de grondwettelijke orde