Betekenis van:
thee

thee (de ~ | meervoud theeën)
Zelfstandig naamwoord
  • de gedroogde bladeren van de theeheester of van andere planten
"een zakje thee"
"losse thee"

Hyperoniemen

thee (de ~ | meervoud theeën)
Zelfstandig naamwoord
  • drank van theebladeren
"sterke/slappe thee"
"thee van [brandnetel/lindebloesem]"

Hyperoniemen

thee (de ~)
Zelfstandig naamwoord
  • handel in thee
"in de thee (zitten)"

Hyperoniemen

thee
Zelfstandig naamwoord
  • gedroogde bladeren van de theestruik
thee
Zelfstandig naamwoord
  • drank bereid van de bladeren van de theestruik
thee
Zelfstandig naamwoord
  • een tas van deze drank
thee
Zelfstandig naamwoord
  • (bij uitbreiding) een aftreksel/infusie van eender welke plant of deel van een plant
thee (de ~)
Zelfstandig naamwoord
  • softdrug gemaakt v.d. hennepplant; hasj; drugs; drug van hennep; marihuana; marihuana

Synoniemen

Hyperoniemen

Werkwoord


Voorbeeldzinnen

  1. Koffie of thee?
  2. Thee zonder ijs.
  3. De thee is warm.
  4. Echte mannen drinken thee.
  5. Het meisje drinkt thee.
  6. Drink wat thee.
  7. Wilt ge koffie of thee?
  8. Een thee met citroen, alstublieft.
  9. Ik wil een kopje thee.
  10. We hebben geen thee meer.
  11. Willen jullie thee of koffie?
  12. Ik hou niet van thee.
  13. Drink je thee of koffie?
  14. We hebben alleen maar thee.
  15. Houd je vriend van thee?