Betekenis van:
toerist

toerist
Zelfstandig naamwoord
  • een mannelijk persoon die voor zijn plezier reist
"In dat land werd hij als een toerist ontvangen."
toerist (de ~ | meervoud toeristen)
Zelfstandig naamwoord
  • toerist; vakantieganger

Synoniemen

Hyperoniemen


Voorbeeldzinnen

  1. Ik ben toerist.