Betekenis van:
toerist
toerist
Zelfstandig naamwoord
- een mannelijk persoon die voor zijn plezier reist
"In dat land werd hij als een toerist ontvangen."
toerist (de ~ | meervoud toeristen)
Zelfstandig naamwoord
- toerist; vakantieganger
Synoniemen
Hyperoniemen
Voorbeeldzinnen
- Ik ben toerist.