Betekenis van:
tuien

tui (de ~ | meervoud tuien)
Zelfstandig naamwoord
  • touw om iets mee vast te zetten
"de tuien van een antennepaal/schip"

Synoniemen

Hyperoniemen


Voorbeeldzinnen

  1. De in lid 2 bedoelde arealen omvatten uitsluitend de arealen die worden begrensd door de lijn die wordt gevormd door de buitenste tuien waarmee het dradenstelsel is vastgezet.