Betekenis van:
uitpakken

uitpakken
Werkwoord
  • uit de verpakking nemen
"een geschenk uitpakken"

Hyperoniemen

uitpakken
Werkwoord
  • leegmaken
"je koffer uitpakken"

Hyperoniemen

uitpakken
Werkwoord
  • uit een verpakking halen
"Op deze foto zie je Kim op haar eerste verjaardag haar eerste cadeautje uitpakken, met een beetje hulp natuurlijk."
uitpakken
Werkwoord
  • uit een omhulsel halen
"De magazijnmedewerker pakte een doos met tomatensoep uit."
uitpakken
Werkwoord
  • een bepaalde uitkomst krijgen
"Dat is beter uitgepakt dan hij verwacht had."