Betekenis van:
uitputten

uitputten
Werkwoord
opmaken, legen door er telkens iets van af te nemen
"de natuurlijke hulpbronnen/rijkdommen uitputten"
"een voorraad uitputten"

Synoniemen

Hyperoniemen

uitputten
Werkwoord
overdreven uiten
"je uitputten in [verontschuldigingen/lofbetuigingen]"

Hyperoniemen

uitputten
Werkwoord
volledig leeghalen
"Zij putten de mijn volledig uit."
uitputten
Werkwoord
alle energie opgebruiken
"De hele dag hardlopen putte hem behoorlijk uit."
uitputten
Werkwoord
de nek omdraaien

Synoniemen

Hyperoniemen