Betekenis van:
uitputten

uitputten
Werkwoord
  • opmaken, legen door er telkens iets van af te nemen
"de natuurlijke hulpbronnen/rijkdommen uitputten"
"een voorraad uitputten"

Synoniemen

Hyperoniemen

uitputten
Werkwoord
  • overdreven uiten
"je uitputten in [verontschuldigingen/lofbetuigingen]"

Hyperoniemen

uitputten
Werkwoord
  • volledig leeghalen
"Zij putten de mijn volledig uit."
uitputten
Werkwoord
  • alle energie opgebruiken
"De hele dag hardlopen putte hem behoorlijk uit."
uitputten
Werkwoord
  • de nek omdraaien

Synoniemen

Hyperoniemen


Voorbeeldzinnen

  1. Als het herstructureringsplan niet volledig zou worden uitgevoerd, zou de werf zeer waarschijnlijk verliezen rapporteren die deze eigen middelen (ofwel het netto eigen vermogen) snel zouden uitputten.