Betekenis van:
uitsluiten

uitsluiten
Werkwoord
  • buitensluiten, niet toelaten
"iemand van deelname uitsluiten"

Synoniemen

Hyperoniemen

uitsluiten
Werkwoord
  • niet langer tot de mogelijkheden rekenen
"We kunnen hem vanwege zijn alibi gevoeglijk uitsluiten als verdachte."
uitsluiten
Werkwoord
  • toegang of deelname ontzeggen
"Verwanten van degenen die dit organiseren zijn van deelname uitgesloten."
uitsluiten
Werkwoord
  • uitsluiten; uitzonderen
"uitsluiten dat ..."
"dat is uitgesloten"

Synoniemen

Hyperoniemen