Betekenis van:
varken
varken (het ~ | meervoud varkens)
Zelfstandig naamwoord
- roze zoogdier gehouden als vee; evenhoevig zoogdier gehouden in veeteelt
"zo lui als een varken"
"een vetgemest varken"
Synoniemen
Hyperoniemen
Hyponiemen
varken
Zelfstandig naamwoord
- een tam zwijn, gehouden voor zijn vet en vlees
varken
Zelfstandig naamwoord
- een ongemanierd persoon
Voorbeeldzinnen
- De koe loeit, de haan kraait, het varken knort, de eend kwaakt en de kat miauwt.
- calcitonine, van varken
- Grondoppervlakte per varken
- 125 EUR per gedood varken,
- Het gezuiverde inwendige vet van het varken.
- geschatte mager-vleesaandeel van het geslachte varken,
- ŷ geschat percentage mager vlees van het geslachte varken,
- Ŷ het geschatte aandeel mager vlees van het geslachte varken,
- Ŷ het geschatte percentage mager vlees van het geslachte varken,
- „big”: een varken vanaf de geboorte tot aan het spenen;
- geschat percentage mager vlees van het geslachte varken,
- geschat aandeel mager vlees van het geslachte varken;
- het geschatte aandeel mager vlees van het geslachte varken,
- Ŷ het geschatte percentage mager vlees van het geslachte varken,
- geschat percentage mager vlees van het geslachte varken,