Betekenis van:
verbod

verbod (het ~ | meervoud verboden)
Zelfstandig naamwoord
  • het verbieden
"een verbod op [het gebruik van asbest]"
"een uitdrukkelijk verbod"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

verbod
Zelfstandig naamwoord
  • een regel die een bepaalde handeling strafbaar maakt
"De wijsheid van het verbod op de handel in marijuana is steeds meer onderwerp van discussie in de wereld."

Voorbeeldzinnen

  1. Verbod
  2. Algeheel verbod
  3. Ingangsdatum verbod
  4. Verbod op overlading
  5. verbod op samenlading.
  6. Er geldt een verbod op:
  7. 24 november 2006 — Intrekking verbod
  8. Het in punt 5e.5 bedoelde verbod:
  9. Verbod om bepaalde spelen/sporten te beoefenen
  10. Verbod op het mengen van gevaarlijke afvalstoffen
  11. Verbod op verwerkte producten en/of mengproducten
  12. Verbod op het gebruik van hormonen
  13. Verbod op de lozing van afvalstoffen
  14. Verbod op vloeibaargasinstallaties bedoeld in hoofdstuk 14
  15. Verbod „op zich” van de garantie