Betekenis van:
verbod
verbod (het ~ | meervoud verboden)
Zelfstandig naamwoord
- het verbieden
"een verbod op [het gebruik van asbest]"
"een uitdrukkelijk verbod"
Synoniemen
Hyperoniemen
Hyponiemen
verbod
Zelfstandig naamwoord
- een regel die een bepaalde handeling strafbaar maakt
"De wijsheid van het verbod op de handel in marijuana is steeds meer onderwerp van discussie in de wereld."
Voorbeeldzinnen
- „Verbod”
- Algeheel verbod
- Ingangsdatum verbod
- Verbod op overlading
- verbod op samenlading.
- Er geldt een verbod op:
- 24 november 2006 — Intrekking verbod
- Het in punt 5e.5 bedoelde verbod:
- Verbod om bepaalde spelen/sporten te beoefenen
- Verbod op het mengen van gevaarlijke afvalstoffen
- Verbod op verwerkte producten en/of mengproducten
- Verbod op het gebruik van hormonen
- Verbod op de lozing van afvalstoffen
- Verbod op vloeibaargasinstallaties bedoeld in hoofdstuk 14
- Verbod „op zich” van de garantie