Betekenis van:
verwoesten

verwoesten
Werkwoord
  • totaal vernielen
"Het noodweer verwoestte de ganse oogst."
verwoesten
Werkwoord
  • ruïneren; geheel vernielen
"huizen/gebouwen verwoesten"
"de oogst verwoesten"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen