Betekenis van:
vieren
vieren
Werkwoord
- op plechtige of feestelijke wijze een gedenkwaardige tijd gedenken
"De Noorse romanschrijver Jonas Lie, die sinds jaren te Parijs woont, zal daar op 6 November 1903 zijn 70ste verjaardag vieren."
vieren
Werkwoord
- de lengte van een touw of kabel waaraan iets vastzit langer maken
"Ik liet het ankertouw vieren en duwde de boot met mijn handen langs de graskant."
Werkwoord
Voorbeeldzinnen
- Op 14 februari vieren Amerikanen Valentijnsdag.
- Het aanbrengen van het gezondheidsmerk op karkassen van als landbouwhuisdier gehouden hoefdieren, andere gekweekte wilde zoogdieren dan lagomorfen, en groot wild, op halve karkassen, in vieren gedeelde karkassen en stukken die het resultaat zijn van het snijden van halve karkassen tot drie voor de groothandel bestemde stukken geschiedt in slachthuizen en wildverwerkingsinrichtingen overeenkomstig bijlage I, sectie I, hoofdstuk III. Gezondheidsmerken worden door of onder de verantwoordelijkheid van de officiële dierenarts aangebracht, wanneer bij officiële controles geen gebreken aan het licht zijn gekomen die het vlees ongeschikt voor menselijke consumptie maken;