Betekenis van:
vieren

vieren
Werkwoord
  • op plechtige of feestelijke wijze een gedenkwaardige tijd gedenken
"De Noorse romanschrijver Jonas Lie, die sinds jaren te Parijs woont, zal daar op 6 November 1903 zijn 70ste verjaardag vieren."
vieren
Werkwoord
  • de lengte van een touw of kabel waaraan iets vastzit langer maken
"Ik liet het ankertouw vieren en duwde de boot met mijn handen langs de graskant."

Werkwoord