Betekenis van:
viering

viering
Zelfstandig naamwoord
  • het vieren
"Hij stelde de viering van zijn verjaardag uit."
viering (de ~ | meervoud vieringen)
Zelfstandig naamwoord
  • godsdienstoefening; eredienst in de kerk; kerkdienst; programma voor een kerkdienst; feest bij een speciale gelegenheid
"een grootse/ingetogen/sobere/indrukwekkende viering"
"de viering van een verjaardag/jubileum/feestdag"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen