Betekenis van:
vlechtwerk

vlechtwerk (het ~)
Zelfstandig naamwoord
  • iets dat in elkaar gevlochten is; geheel van kruisende lijnen
"rieten vlechtwerk"
"een vlechtwerk van regels"

Synoniemen

Hyperoniemen


Voorbeeldzinnen

  1. Vlechtwerk
  2. zeskant vlechtwerk
  3. 46 Vlechtwerk en mandenmakerswerk
  4. Vlechtwerk en mandenmakerswerk
  5. vlechtwerk en mandenmakerswerk bedoeld bij hoofdstuk 46;
  6. vlechtwerk en mandenmakerswerk bedoeld bij hoofdstuk 46;
  7. Houtwaren en kurkwaren, vlechtwerk en mandenmakerswerk
  8. ij) artikelen bedoeld bij hoofdstuk 46 (vlechtwerk en mandenmakerswerk);
  9. Vervaardiging van artikelen van hout, kurk, riet of vlechtwerk
  10. Vervaardiging van andere artikelen van hout; vervaardiging van artikelen van kurk, riet of vlechtwerk
  11. NACE 16.29: Vervaardiging van andere artikelen van hout; vervaardiging van artikelen van kurk, riet of vlechtwerk
  12. bamboe en andere houtachtige stoffen van de soort voornamelijk gebruikt voor vlechtwerk, onbewerkt, ook indien gespleten, overlangs gezaagd of op lengte gesneden (post 1401);
  13. 16 Houtindustrie en vervaardiging van artikelen van hout en van kurk, exclusief meubelen; vervaardiging van artikelen van riet en van vlechtwerk
  14. Breimachines, naai-breimachines („stitch-bonding”-machines), guipeermachines, machines voor de vervaardiging van tule, van kant, van borduurwerk, van passementwerk, van vlechtwerk of van filetweefsel, alsmede machines voor het tuften