Betekenis van:
voordeur

voordeur (de ~ | meervoud voordeuren)
Zelfstandig naamwoord
  • hoofdingang; deur v.e. huis
"door de voordeur"

Synoniemen

Hyperoniemen

voordeur
Zelfstandig naamwoord
  • de hoofddeur aan de voorzijde van een woning

Voorbeeldzinnen

  1. Aan de binnenzijde van het voertuig wordt in de buurt van de voordeur duidelijk zichtbaar met letters of pictogrammen met een minimumhoogte van 15 mm en cijfers met een minimumhoogte van 25 mm het volgende aangegeven: