Betekenis van:
voordoen

voordoen
Werkwoord
  • doen als voorbeeld voor anderen
"iemand dat kunstje nog één keer voordoen"
"(iemand) voordoen hoe je dat gerecht klaarmaakt"

Hyperoniemen

Hyponiemen

voordoen
Werkwoord
  • aan de voorkant van iets vastbinden
"iemand een blinddoek voordoen"
"het kind een slabbetje voordoen"

Hyperoniemen