Betekenis van:
voortvarend

voortvarend
Bijvoeglijk naamwoord
  • flink aanpakkend
"voortvarend te werk gaan"
"een voortvarend man"

Synoniemen

Hyperoniemen


Voorbeeldzinnen

  1. Het aangezochte gerecht treedt voortvarend op.
  2. De kamer van beroep gaat bij het onderzoek van het beroep volgens lid 1 voortvarend te werk.
  3. Een volgende stap werd gezet met het door de Raad op 5 november 2004 goedgekeurde Haags Programma, dat ertoe oproept voortvarend verder te werken aan het Europees betalingsbevel.