Betekenis van:
vorig
vorig
Bijvoeglijk naamwoord
- meteen voorafgaand
"vorige week/keer"
"de vorige bladzijde/aflevering"
vorig
Bijvoeglijk naamwoord
- uit een vorig tijdperk
"op een vorige verjaardag heb ik hem wel eens ontmoet"
"een vorige gelegenheid/keer"
Synoniemen
Voorbeeldzinnen
- Hij bezocht Kyoto vorig jaar.
- Is hij in Hokkaido geweest vorig jaar?
- Zijn vader is vorig jaar overleden.
- Vorig jaar woonde ik in New York.
- Er was veel sneeuw vorig jaar.
- Haar moeder is vorig jaar overleden.
- Ik ben vorig jaar naar Japan gekomen.
- Vorig jaar was er veel sneeuw.
- Waarom woonde je in Kyoto vorig jaar?
- Dit jaar bieden we dezelfde taalcursus aan als vorig jaar.
- Hij heeft vorig jaar drie maanden op zee doorgebracht.
- Om de waarheid te zeggen, we zijn vorig jaar getrouwd.
- Hij ging vorig jaar naar Amerika om zijn Engels bij te schaven.
- Deze zomer zijn er geen beursen toegekend aan dezelfde studenten als vorig jaar.
- Vorig jaar kwam ik terug thuis en was ik verrast, dat het dorp en de mensen helemaal veranderd waren.