Betekenis van:
vorig

vorig
Bijvoeglijk naamwoord
  • meteen voorafgaand
"vorige week/keer"
"de vorige bladzijde/aflevering"
vorig
Bijvoeglijk naamwoord
  • uit een vorig tijdperk
"op een vorige verjaardag heb ik hem wel eens ontmoet"
"een vorige gelegenheid/keer"

Synoniemen


Voorbeeldzinnen

  1. Hij bezocht Kyoto vorig jaar.
  2. Is hij in Hokkaido geweest vorig jaar?
  3. Zijn vader is vorig jaar overleden.
  4. Vorig jaar woonde ik in New York.
  5. Er was veel sneeuw vorig jaar.
  6. Haar moeder is vorig jaar overleden.
  7. Ik ben vorig jaar naar Japan gekomen.
  8. Vorig jaar was er veel sneeuw.
  9. Waarom woonde je in Kyoto vorig jaar?
  10. Dit jaar bieden we dezelfde taalcursus aan als vorig jaar.
  11. Hij heeft vorig jaar drie maanden op zee doorgebracht.
  12. Om de waarheid te zeggen, we zijn vorig jaar getrouwd.
  13. Hij ging vorig jaar naar Amerika om zijn Engels bij te schaven.
  14. Deze zomer zijn er geen beursen toegekend aan dezelfde studenten als vorig jaar.
  15. Vorig jaar kwam ik terug thuis en was ik verrast, dat het dorp en de mensen helemaal veranderd waren.