Betekenis van:
wagen

wagen (de ~ | meervoud wagens)
Zelfstandig naamwoord
  • soort kar op vier wielen
"met de wagen"
"het paard achter de wagen spannen"

Hyperoniemen

Hyponiemen

wagen (de ~ | meervoud wagens)
Zelfstandig naamwoord
  • motorrijtuig met carrosserie op drie of meer wielen
"Zij kreeg haar nieuwe wagen maar niet ingeparkeerd."

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

wagen (de ~ | meervoud wagens)
Zelfstandig naamwoord
  • bewegend deel v.e. schrijfmachine

Hyperoniemen

wagen
Zelfstandig naamwoord
  • een kar
wagen
Zelfstandig naamwoord
  • een auto
wagen
Werkwoord
  • iets riskants ondernemen
"Er werd een poging gewaagd de rivier over te steken."
wagen
Werkwoord
  • ''zich ~ '': een risico op zich laden
"Daar waagde hij zich niet aan."