Betekenis van:
wegenbouw
wegenbouw (de ~)
Zelfstandig naamwoord
- aanleg van wegen; aanleg van wegen
"volgens de minister is wegenbouw noodzakelijk om de files terug te dringen"
Synoniemen
Hyperoniemen
Hyponiemen
Voorbeeldzinnen
- Adviezen inzake wegenbouw
- Water-, spoor- en wegenbouw; cultuurtechnische werken
- Steenslag voor de vervaardiging van beton, voor de wegenbouw en voor ander gebruik in de bouw
- KWS: Koninklijke Volker Wessels Stevin NV en Koninklijke Wegenbouw Stevin BV, van 1 april 1994 tot 15 april 2002;
- de grond en de ondergrond moeten een goede stabiliteit en gelijkmatigheid garanderen, overeenkomstig de beste praktijken in de wegenbouw;
- BAM NBM: BAM NBM Wegenbouw BV: 13,5 miljoen EUR, waarvan Koninklijke BAM Groep NV hoofdelijk aansprakelijk is voor 9 miljoen EUR;
- BAM NBM: BAM NBM Wegenbouw BV van 1 april 1994 tot 15 april 2002 en Koninklijke BAM Groep NV van 1 november 2000 tot 15 april 2002;
- BAM: BAM NBM Wegenbouw BV van 1 april 1994 tot 15 april 2002 en Koninklijke BAM Groep NV van 1 november 2000 tot 15 april 2002;
- Vóór de liberalisering werd enkel een beroep gedaan op de diensten van privéadviseurs, -ontwikkelaars en -onderhoudsmaatschappijen indien de afdeling „wegenbouw” van de Wegendienst de dienst niet zelf kon verlenen.
- Beschikking 98/601/EG van de Commissie van 13 oktober 1998 betreffende de procedure voor de conformiteitsverklaring van voor de bouw bestemde producten overeenkomstig artikel 20, lid 2, van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad voor producten van de wegenbouw (PB L 287 van 24.10.1998, blz. 41)