Betekenis van:
wilde

wilde
Zelfstandig naamwoord
  • iemand zonder beschaving
"Het is weinig beleefd mensen voor wilden uit te maken."
wilde (de ~ | meervoud wilden)
Zelfstandig naamwoord
  • individu van een van de primitieve volken, die nog in een natuurtoestand leven
"Rousseau's idee van de 'edele wilde' is toch wel achterhaald"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

wilde
Zelfstandig naamwoord
  • wild kind; wildebras

Synoniemen

Hyperoniemen

wilde
Bijvoeglijk naamwoord
  • verbogen vorm van de stellende trap van wild

Werkwoord


Voorbeeldzinnen

  1. Voer geen wilde dieren.
  2. Hij wilde een rugmassage.
  3. Ik wilde haar verrassen.
  4. Ze wilde het begrijpen.
  5. Ik wilde niemand beledigen.
  6. Ik wilde een bus huren.
  7. Ooit wilde ik astrofysicus worden.
  8. Ik wilde een touringcar huren.
  9. In Alaska wonen miljoenen wilde dieren.
  10. Ze wilde echt het verhaal vertellen.
  11. Wilde je me over vrijheid vertellen?
  12. Ik wilde je niet doen schrikken.
  13. Hij wilde vroeg wakker gemaakt worden door zijn vrouw.
  14. Mijn hobby is foto's trekken van wilde bloemen.
  15. Tom, die de hele dag gewerkt had, wilde gaan rusten.