Betekenis van:
willen

willen
Werkwoord
  • ter omschrijving van een mogelijkheid of waarschijnlijkheid
"het wil weleens lukken"
"nu wil het geval, dat ..."

Hyperoniemen

willen
Werkwoord
  • (iets) tot, als wil hebben
"[de lamp] wil niet [gaan branden]"
"iets wel/niet willen"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

willen
Werkwoord
  • iets als verlangen hebben
"Hij wilde daarover geen uitsluitsel geven."

Voorbeeldzinnen

  1. Zij willen rijk worden.
  2. Zou jij naar een balspel willen gaan?
  3. Ik zou graag een auto willen huren.
  4. Hij heeft altijd Japans willen leren.
  5. Ik zou mijn zoon willen zien.
  6. Wat willen ze dat we doen?
  7. Niet willen is hetzelfde als hebben.
  8. Dit is wat we willen weten.
  9. Ik zou graag drie plaatsen willen reserveren.
  10. Waar zou je als eerste heen willen?
  11. We willen blijven wat we zijn.
  12. Ik zou een koffie willen drinken.
  13. Ik zou met baar geld willen betalen.
  14. Ik zou willen opnieuw jong zijn.
  15. Ik zou graag zulke schoenen willen.